Geelstuitbuidelspreeuw

Cacicus cela
De geelstuitbuidelspreeuw komt voor in Zuid-Amerika van Panama en Trinidad tot het zuiden van Peru, Bolivia en centraal Brazilië. Hij behoort tot de grotere troepialen. Hij is van snavel tot staart ongeveer 30 centimeter lang en weegt circa 100 gram. Verder is het een slanke vogel, met een lange staart, blauwe ogen en een lichtgele puntige snavel. Hij is voornamelijk zwart gekleurd, afgezien van de felgele staart, onderbuik en vleugels. 
 

Voeding

Deze vogel eet grote insecten en fruit.
 

Gedrag

Het lied van de mannelijke geelstuitbuidelspreeuw bevat een mix van gefluit, gekakel, piepende ademhaling en af en toe ook mimiek. Er zijn verschillende 'roepen' en van grote afstand is een actieve kolonie te horen.
 

Voortplanting

De geelstuitbuidelspreeuw is een koloniale broeder. Ze maken wel 100 nesten in een enkele boom. Zijn nest is 35-40 centimeter groot en langwerpig van vorm, het nest hangt aan het uiteinde van een tak. De nesten bevatten meestal een actief wespennest of worden daar zo dicht mogelijk bijgebouwd. De vrouwtjes leggen in het nest twee eitjes, die na 13 tot 14 dagen uitkomen. De jongen verlaten het nest na 34 tot 40 dagen. Meestal overleeft er per nest niet meer dan 1 jong. 
 

Weetjes

  • In de Peruaanse folklore wordt deze soort 'Paucar' genoemd. Deze soort is blijkbaar de paucar die, volgens een volksverhaal van Moyobamba, is ontstaan als een jongen die altijd een zwarte broek en een geel jasje droeg. Toen hij een beschuldiging uitsprak tegen een oude vrouw die een vermomde fee was, veranderde ze hem in een luidruchtige, zwervende vogel. 
  • Klasse:
    Vogels
    Orde:
    Zangvogels
    Familie:
    Troepialen
    Leefgebied:
    Bossen in Zuid-Amerika
    Gewicht:
    100 gram
    Max. Leeftijd:
    -
    Broedtijd:
    13 tot 14 dagen
    Status:
    Niet bedreigd