Mandarijneend

Aix galericulata
De mandarijneend kent zijn oorsprong in Oost-Azië, waar ze in waterrijke gebieden verblijven nabij meren en rivieren met voldoende bomen voor nestgelegenheid. Vooral het mannetje heeft het kenmerkende en opvallend kleurrijke verenkleed. De kruin is namelijk paars/oranje/groen en ze hebben een witte streep boven het oog dat doorloopt tot in de nek. Hij heeft oranje bakkebaarden en uitstekende oranje veren. Vrouwelijke vogels zijn dan weer grijsbruin met een kleine streep boven het oog.
 

Voeding

Op het menu staan waterinsecten, slakken, waterplanten, zaden en noten.
 

Gedrag

Mandarijneenden rusten vaak in bomen en kunnen in het donker goed zien. Het zijn rustige en terughoudende vogels die weinig geluid maken. 
 

Voortplanting

De broedtijd is van april tot juni en een legsel bestaat uit 8 tot 12 eieren. Er wordt in paartjes gebroed in boomholtes. Na 28 tot 31 dagen komen de eieren uit. De jongen verlaten al na 1 dag het nest en vliegen na 60 dagen al mee. Mannetjes en vrouwtjes, wanneer ze klein zijn, zijn te herkennen aan de snavel. Een mannetje heeft een rozige snavel, terwijl een vrouwtje een grijzige heeft.
 

Weetjes

  • Populaties in Azië trekken naar zuidelijkere streken, terwijl populaties in Europa juist meer in hetzelfde gebied blijven.
     
  • Tijdens de zomer komt het mannetje in de rui en verliest hij zijn kleurrijke veren. Dit heet ook wel een eclipskleed en hij komt er hetzelfde uit te zien als het vrouwtje. Vanaf september keren de kleuren weer terug
     
  • Naast de bonte versie bestaan er ook blonde of witte mandarijneenden
  • Klasse:
    Vogels
    Orde:
    Eendvogels
    Familie:
    Eendachtigen
    Leefgebied:
    Nabij water
    Gewicht:
    600 gram
    Max. Leeftijd:
    10 tot 15 jaar
    Broedtijd:
    28 tot 31 dagen
    Status:
    Niet bedreigd