Resusaap

Macaca mulatta

Resusapen komen voor in Azië, en van West-Afghanistan, Noord-India tot Noord-Thailand. Ze leven in verschillende omstandigheden en leefgebieden, van savannes tot graslanden en van bossen tot gebergtes. Deze primaten kunnen zich prima aanpassen aan extreme omstandigheden, van hoge temperaturen in droge woestijnen tot ver onder het vriespunt. Er komen ook populaties voor in gebieden waar mensen wonen, een voorbeeld daarvan is India. Deze groepen zijn zo gewend aan de bewoonde wereld, dat wanneer je ze verdrijft, ze ergens anders in een bewoonde streek nabij mensen gaan wonen.
 

Voeding

Resusapen zijn omnivoren en zoeken op de grond naar voedsel. Ze eten vruchten, fruit, wortels, kruiden en gewassen. Kleinere dieren staan ook wel eens op het menu. De wangzakken gebruiken ze om voedsel tijdelijk in op te slaan.
 

Gedrag

Resusapen leven zowel in bomen als op de grond en het zijn zeer luidruchtige en actieve dieren. De groepsgrootte verschilt van elf tot zeventig dieren, maar het gemiddelde is twintig. Een groep bestaat uit een aantal mannetjes die niet verwant zijn aan elkaar en meerdere nauw aan elkaar verwante vrouwtjes. Mannetjes verlaten de groep wanneer ze geslachtsrijp zijn. Bij zowel vrouwtjes als mannetjes komen rangordes voor en die zijn bij mannetjes duidelijk te merken vanwege de strijd om vrouwtjes. Vrouwtjes leven vredig naast elkaar met weinig conflicten. Een resusaapgroep wordt geleid door één dominant vrouwtje, de hiërarchie wordt bepaald door afstamming. De jongste dochter van het dominante vrouwtje staat als tweede in rang en wordt uiteindelijk zelf de leider van de groep. Zij staat dus boven haar oudere zussen, omdat ze het meest gezond en vruchtbaar is. Confrontaties tussen groepen zijn zeldzaam, omdat de zwakkere groep de sterkere groep ontwijkt. Resusapen kennen meerdere geluiden om met elkaar te communiceren.
 

Voortplanting

Resusapen paren met verschillende partners. Vrouwtjes voelen zich aangetrokken tot dominante mannetjes of mannetjes die zich vriendelijk gedragen, zoals het verzorgen van de vacht en het dragen van de jongen. Het paarseizoen verschilt door de gebieden waar deze apen leven. Resusapen die in koude gebieden leven, paren in het najaar zodat de jongen in het voorjaar geboren worden en andersom. Na een draagtijd van 135 tot 194 dagen komt er één jong ter wereld. Het jong wordt op de buik en vervolgens op de rug gedragen. Vooral de moeder zorgt voor het jong. Zij heeft de taak het jong te beschermen, te voeden en sociale vaardigheden te leren. De rol van de mannetjes is ingewikkeld, omdat ze met meerdere vrouwtjes paren en dus niet weten welk jong nou precies van hen is.
 

Weetjes

  • Resusapen kunnen goed zwemmen en nemen regelmatig een bad
     
  • De resusfactor (aanduiding bij bloedgroep die positief of negatief kan zijn) is ontdekt bij deze apensoort
     
  • Ze zijn vernoemd naar Rhesus, de Griekse koning van Thracië
  • Klasse:
    Zoogdieren
    Orde:
    Primaten
    Familie:
    Apen van de oude wereld
    Leefgebied:
    Divers
    Gewicht:
    4 tot 12 kg
    Max. Leeftijd:
    35 jaar
    Draagtijd:
    165 dagen
    Status:
    Niet bedreigd